Boeken die inspireren
Michel leest aandachtig, haalt betekenis uit details en nodigt ons uit om tussen de regels te kijken; naar de nuances die tonen hoe we kunnen bouwen aan een meer rechtvaardige en vreedzame wereld.

Titel: Achter de donkere wouden
Auteur: Aleksandr Skorobogatov
Achter de donkere wouden
Achter de donkere wouden is een ode aan de onvoorwaardelijke liefde voor een zoon én een aanklacht tegen een wereld waarin geweld, onverschilligheid en woede vrij spel krijgen.
‘Het heeft me twintig jaar gekost om de kracht te vinden Achter de donkere wouden te schrijven, een roman over ons leven in Georgië en Rusland, over wat er met mijn zoon gebeurde tijdens de laatste nacht van zijn leven, wie mijn jongen ontvoerde en vermoordde, waarom zoiets afschuwelijks kon gebeuren. Maar ook over wat een prachtige jongen hij was, nog steeds is, en voor altijd zal blijven.’
Dit is geen roman in de gebruikelijke betekenis van het woord, en evenmin een verslag, hoewel het boek sterk autobiografisch is. Het is een bezwerende tekst die voortkomt uit een wonde die nooit is geheeld. Skorobogatov schreef een monument voor zijn zoon Vladimir, die op vijftienjarige leeftijd in Rusland werd ontvoerd en vermoord.
Het boek leest als een lange, ademende brief van een vader aan een zoon die niet meer kan antwoorden. Want rouw kent geen chronologie. Ze verdwijnt niet, maar blijft aanwezig in elke herinnering, elke gedachte, elke dag die volgt. De stem van de verteller beweegt zich tussen tederheid en razernij, tussen liefde en machteloosheid.
Wat Achter de donkere wouden bijzonder maakt, is dat het persoonlijke verlies voortdurend uitwaaiert naar iets groters. Skorobogatov schrijft niet alleen over zijn zoon, maar ook over een wereld waarin geweld kan gedijen omdat niemand zich werkelijk verantwoordelijk voelt. Rusland verschijnt daarbij niet enkel als decor, maar als een moreel landschap: een samenleving waarin wreedheid banaal wordt en mededogen langzaam verdampt.
Het boek is tegelijk een aanklacht tegen vergetelheid, tegen onverschilligheid en tegen de stilte die na geweld zo vaak volgt. Het is hartverscheurend en prachtig in zijn tristesse, een boek dat lang blijft nazinderen.
Achter de donkere wouden is Skorobogatovs bloedmooie elegie voor zijn zoon, maar ook een indringend portret van het hedendaagse Rusland. Het land waar, zoals hij schrijft, ‘dat kleine, kwaadaardige gedrocht achter de muren van het Kremlin, die geverfd zijn in de kleur van gestold bloed, zijn kwaadaardige rijk heeft opgebouwd’. Het boek schetst een samenleving die zo verhard is geraakt dat elke vorm van kwetsbaarheid wordt onderdrukt.
Juist daarom stelt deze roman zich lijnrecht tegenover Poetins Rusland. Door ruimte te maken voor menselijkheid, tederheid en kwetsbaarheid, vindt Skorobogatov een onverwachte bron van warmte en hoop.
Het wonderlijke van dit boek is hoe moeiteloos het een hyperpersoonlijk verhaal optilt naar een universeel niveau. Uiteindelijk gaat Achter de donkere wouden over vaderschap, over onvoorwaardelijke liefde, schuld en boetedoening, over mededogen en vergeving. Het raakt aan de fundamentele ervaringen die besloten liggen in ieder mensenleven.
Michel Vandeweghe

Titel: Oorlogskronieken Verhalen uit Belarus, Rusland en Oekraïne
Auteur: Aleksandr Skorobogatov
Oorlogskronieken. Verhalen uit Belarus, Rusland en Oekraïne.
Aleksandr Skorobogatov (1963) werd geboren in Grodno, in het huidige Wit-Rusland. Hij studeerde proza en theater aan het Gorki Literair Instituut in Moskou, werkte een tijd als journalist in de nadagen van de Sovjet-Unie, trouwde met een Vlaamse en woont sinds 1992 in Vlaanderen. Skorobogatov is auteur van meerdere romans die in diverse talen werden vertaald. Door de absurdistische trekjes in zijn werk wordt hij geregeld vergeleken met Michail Boelgakov.
In Oorlogskronieken. Verhalen uit Belarus, Rusland en Oekraïne zijn columns en essays gebundeld die hij tussen 2020 en 2023 schreef voor De Standaard en gedeeltelijk ook voor NRC. De teksten, die lopen van 20 november 2020 tot 14 juli 2023, worden voorafgegaan door een aangrijpende proloog en afgesloten met een even beklijvende epiloog. Beide handelen over de omstandigheden rond de dood van zijn vijftienjarige zoon in Rusland in 2002 en geven het boek een persoonlijke en emotionele diepgang.
De rode draad doorheen Skorobogatovs beschouwingen is een waarschuwing aan West-Europeanen. Volgens hem onderschatten wij al te vaak de ernst van de wandaden van Aleksandr Loekasjenko, Vladimir Poetin en hun regimes. Te gemakkelijk worden misdaden vergeten, gebagatelliseerd of als een ver-van-ons-bedshow beschouwd. Tegelijk wijst hij erop hoe Rusland al jarenlang probeert West-Europa te destabiliseren en te corrumperen, en hoe weinig daadkrachtig Europa volgens hem optreedt tegen de oligarchen die deze systemen in stand houden. Hun immense fortuinen blijven vaak grotendeels buiten schot.
Skorobogatov schrijft niet als een afstandelijke commentator. Hij is een betrokken getuige, wiens familie nog steeds in Rusland en Wit-Rusland woont. Zijn analyses worden gevoed door persoonlijke ervaringen, bezorgdheid en verontwaardiging. Al decennialang ziet hij hoe corruptie, straffeloosheid en de macht van de georganiseerde misdaad de samenleving uithollen. De verhalen in deze bundel maken duidelijk dat de gebeurtenissen sinds 2020 niet op zichzelf staan, maar deel uitmaken van een veel langer proces van maatschappelijke ontwrichting.
De proloog en epiloog vormen daarbij een confronterend sluitstuk. Ze tonen op indringende wijze hoe diep de gevolgen van dat systeem kunnen reiken in het leven van gewone mensen. Daardoor overstijgt Oorlogskronieken het niveau van politieke analyse: het is tegelijk een persoonlijk getuigenis, een historisch document en een dringende oproep tot waakzaamheid.
Michel Vandeweghe

Titel: Hoop
Auteur: Philipp Blom
Hoop - Over een verstandige verhouding tot de wereld
Met dit essay word je meegenomen in een meanderende gedachtegang over een onderwerp waar geen eenduidige visie over kan bestaan. Regelmatig stuit je op zinnen die je aan het denken zetten—zo vaak zelfs dat het verleidelijk wordt om deze recensie te reduceren tot een opsomming van citaten. Maar zonder context werkt dat natuurlijk niet: dit essay moet je savoureren en zelf ontdekken welke passages jou het meest raken. Het boek is gelaagd als een uitstekende wijn en kan, mits aandachtig gelezen, een vergelijkbaar effect hebben.
Centraal staat de vraag naar hoop. Er is geen hoop meer als er geen verhaal meer is—een verhaal dat ons naar de toekomst voert en dat ons iets vertelt over een zinvol leven. Hoop stelt de vraag of zo’n leven, onder de gegeven omstandigheden, nog mogelijk is. Tegelijk schetst het boek een wereld waarin illiberale tendensen terrein winnen, en waarin populistische stemmen ons voorhouden dat verandering niet nodig is. Het weigeren van de toekomst wordt zo een symptoom van hopeloosheid: we sussen onszelf met de gedachte dat het wel meevalt met het klimaat, dat menselijke invloed beperkt is, of dat technologie ons uiteindelijk wel zal redden.
Tegenover die verlamming plaatst Blom een ander verhaal:
“Wij leven aan het begin van een verbazingwekkend tijdperk, in een geestelijke revolutie zoals de mensheid nog nooit heeft beleefd. Het is een tijd van reusachtige ontdekkingen, immense intellectuele schoonheid en esthetische vitaliteit, van politieke moed en transformatieve ideeën. Een wereld vol moedige, fantasierijke en empathische mensen, die zich inzetten voor doorbraken die enkele jaren geleden nog ondenkbaar leken. We leven op de drempel van een nieuwe tijd, waarin oeroude dromen werkelijkheid kunnen worden.”
Prachtig verwoord—maar moeilijk te rijmen met de politieke realiteit waarin leiders als Trump, Modi, Meloni, Le Pen, Orbán, Poetin, Xi Jinping en Wilders het publieke debat domineren. En toch: wie niet het lef heeft te hopen, zich een gelukkige toekomst voor te stellen en die minstens te proberen waar te maken, kan zich afvragen wat er nog rest.
Hoop ontstaat precies in de weigering om je neer te leggen bij wat als onvermijdelijk wordt voorgesteld. In die zin is het veelzeggend dat Blom afsluit met Gramsci’s bekende uitspraak: “Pessimisme van de intelligentie, optimisme van de wil.” Ook Blom heeft geen pasklare antwoorden—en dat is misschien net het punt. We leven in donkere tijden, of zijn daar al in beland. Maar wie niet hoopt, begint inderdaad beter niet aan het leven.
Dit boek is zonder twijfel zinvol en lezenswaardig. Wie zich vooraf verder wil verdiepen, kan ook de recensie van Paul Verhaeghe raadplegen.
Michel Vandeweghe

Titel: De man die bomen plantte
Auteur: Jean Giono
De man die bomen plantte
Een fijne ecologische parabel, een literair pareltje!
De man die bomen plantte is een klassiek kortverhaal uit de Franse literatuur, geschreven in 1953 door Jean Giono (1895–1970). Het vertelt het mythische verhaal van een oude man, Elzéard Bouffier, die in de Haute-Provence, in het zuiden van Frankrijk, zijn leven wijdt aan het hoeden van schapen en het planten van eiken.
Bouffier leeft in een afgelegen streek waar de Alpen overgaan in de Provence. Het gebied wordt geteisterd door droogte, die hij toeschrijft aan het gebrek aan bomen. Vastberaden besluit hij daar iets aan te doen. Dag na dag sorteert hij zorgvuldig tientallen eikels, waarna hij ze meeneemt over de dorre heuvels om ze één voor één te planten. In stilte en eenzaamheid verricht deze zonderling een indrukwekkende scheppingsdaad. Wanneer een toevallige passant — een soldaat — hem ontmoet en enkele dagen met hem optrekt, raakt hij diep onder de indruk van deze zwijgzame man.
Toch is het niet zozeer de letterlijke verhaallijn die mij het meest treft, maar vooral de symbolische kracht ervan. Giono toont hoe een kleine, volgehouden en onbaatzuchtige daad van één individu kan uitgroeien tot een ingrijpende verandering. Tussen 1913 en 1947 plant Bouffier tienduizenden zaden in de wijde omgeving van zijn huis. Gaandeweg komt het dorre landschap opnieuw tot leven. Uiteindelijk wordt zijn werk erkend en beschermd door de overheid.
In zekere zin is dit ook het verhaal van elke biologische boer: iemand die, vaak tegen de stroom in en met beperkte erkenning, in stilte werkt aan duurzaamheid en respect voor de natuur — gedreven door een diepgewortelde overtuiging.
Het verhaal verwierf wereldwijd bekendheid en geldt vandaag als een krachtig pleidooi voor duurzame ontwikkeling en ecologisch herstel door menselijk handelen. In 2025 vertaalde David Van Reybrouck het verhaal opnieuw en voorzag het van een uitgebreid nawoord, waarin hij besluit: “De man die bomen plantte is daarom meer dan ooit een noodzakelijke parabel voor deze tijd.”
Michel Vandeweghe

Titel: Wanneer de wereld slaapt
Auteur: Francesca Albanese
Wanneer de wereld slaapt
Het lezen van dit diepgravende werk en deze getuigenis over wat wordt omschreven als de zionistische genocide op de Palestijnen riep bij mij het beeld op van het schilderij “De Schreeuw” van Edvard Munch: een emotionele uitdrukking van angst, afschuw en verschrikking. Hoe is het mogelijk dat sommigen, nadat er in Gaza meer dan 60.000 mensen zijn gedood (waaronder 20.000 kinderen), nog steeds geen enkele empathie kunnen opbrengen voor de Palestijnen? De empathie die ons als mensheid bij elkaar houdt, lijkt bij een groot deel van de mensheid verdwenen. Empathie is nochtans de lijm die ons als mensheid samenhoudt.
“Wanneer de wereld slaapt”, komen de monsters tevoorschijn – in de eerste plaats de onverschilligheid. Ze schrijft dat we als mensheid voor een enorme uitdaging staan, nu een genocide openlijk door de westerse wereld niet alleen wordt gedoogd, maar zelfs ondersteund. Francesca Albanese is speciaal rapporteur voor de mensenrechten in de Palestijnse gebieden namens de Verenigde Naties. Rond haar rapportering is ondertussen zoveel controverse ontstaan dat ze door vele westerse instellingen en leiders in diskrediet wordt gebracht. Maar het lezen van haar werk “Wanneer de wereld slaapt” is niet alleen een getuigenis, het is ook een diepgaand onderzoek naar de oorzaken van dit geweld.
In tien verhalen slaagt ze erin om wat er in Israël en Gaza gebeurt veel meer duiding en achtergrond te geven over hoe deze situatie is ontstaan en wat er vandaag gebeurt. Ze rekent duidelijk en terecht af met het beeld dat er in dit conflict twee gelijkwaardige partijen tegenover elkaar staan, terwijl Israël volgens haar een genocide pleegt. Onder meer via het werk en onderzoek van Eyal Weizman toont ze aan hoe systematisch Israël de internationale genocidale wetten – die na de Holocaust werden opgesteld – met de voeten treedt en hoe de bezetting op geraffineerde wijze wordt voortgezet, waardoor het leven van Palestijnen steeds moeilijker wordt gemaakt. Maar ze laat ook vooraanstaande Joodse geleerden aan het woord. Het boek is dus geen eenzijdig betoog, maar biedt een brede kijk en vormt een aanklacht tegen de flagrante en voortdurende overtredingen die plaatsvinden.
Het laatste hoofdstuk, met de Joods-Canadese Gabor Maté – zelf als kind ontsnapt aan de deportaties van Hongaarse Joden – roept existentiële vragen op over de verschillende genocides die op aarde hebben plaatsgevonden: wie wij zijn, of misschien beter gezegd wie wij niet zijn, zonder empathie en liefde. Als er één ding duidelijk wordt uit dit boek, dan is het wel dat de wereld zich niet langer aan deze vragen kan onttrekken.
Het is onthutsend te ervaren hoe zij met leugens en misvormde berichtgeving in diskrediet wordt gebracht en zelfs bedreigd wordt (zie ref. 3).
Ze wordt met een eredoctoraat geëerd door de Vlaamse universiteiten op 2 april 2026 in Antwerpen.
Lees dit inzichtelijke werk, geschreven door een moedige vrouw met heldere normen en waarden, waar de wereld vandaag zo’n dringende nood aan heeft.
Michel Vandeweghe
Referenties:
- https://www.ugent.be/nl/actueel/eredoctoraat-albanese.htm
- https://www.vub.be/nl/nieuws/drie-vlaamse-universiteiten-eren-vn-rapporteur-francesca-alb
- https://rightsforum.org/haatcampagne-tegen-vn-rapporteur-albanese-bereikt-nieuw-dieptepunt-en-keert-zich-tegen-de-daders/

Titel: Drie jaar onder vuur
Auteur: Andrej Koerkov
Leven onder vuur
Andrej Koerkov, de bekendste schrijver van Oekraïne, schrijft vanuit zijn woning in Kyiv en tijdens zijn reizen door het land. In Drie jaar onder vuur brengt hij een indringend verslag van het derde jaar van de Russische invasie. Sinds de inval in 2022 publiceert Koerkov korte essays en overdenkingen over wat hij in zijn directe omgeving ziet gebeuren. Hij verweeft zijn persoonlijke observaties met actuele ontwikkelingen in Oekraïne en daarbuiten. Zijn teksten laten vooral zien hoe diep de oorlog doordringt in alle lagen van de samenleving, terwijl mensen ondertussen proberen het dagelijks leven zo goed mogelijk voort te zetten.
Eerder verschenen van zijn hand Dagboek van een invasie (2022) en Onze dagelijkse oorlog (2024).
Wat opvalt in zijn beschouwingen is de beheerste, bijna onderkoelde manier waarop Koerkov schrijft over het leed dat zijn land ondergaat door de Russische aanvallen. Zo vertelt hij over Anatoly Potiy, die net buiten Kyiv een kwekerij van tropische fruitbomen had opgebouwd. Door de invasie moest hij zijn bedrijf, dat zonder gas, water en elektriciteit kwam te zitten, wekenlang verlaten. Bij terugkeer bleken de bomen het gebrek aan warmte en water te hebben overleefd. Koerkov merkt daar nuchter over op: ‘Je zou kunnen zeggen dat de verbijsterende overleving van deze bomen een weerspiegeling is van de onverwachte onverzettelijkheid waarmee de Oekraïners met tegenslag omgaan.’
Kinderen die met een kogelwerende hoodie naar school gaan, soldaten die haiku’s schrijven en professionele clowns die de wapens opnemen — Koerkov weet als geen ander de wrange tegenstrijdigheden van de oorlog te vangen. Terwijl drones overvliegen en bommen inslaan, beschrijft hij hoe overal in het land rozen bloeien ter nagedachtenis aan een bloemist die als soldaat omkwam in Avdiivka.
Een terugkerend thema in het boek is de bezorgdheid onder veel Oekraïners over de mobilisatie. Mannen in de dienstplichtige leeftijd die vlak voor of na de invasie naar het buitenland zijn vertrokken, riskeren bij terugkeer direct te worden opgeroepen voor militaire dienst. De brigades die met deze taak zijn belast, roepen bij velen angst op.
Daarnaast beschrijft Koerkov hoe Russische netwerken Oekraïense tieners proberen te ronselen voor zogenoemde ‘verzetsdaden’. Het begint vaak met het spuiten van anti-Oekraïense graffiti tegen betaling van enkele honderden dollars. Later worden zij ingezet voor zwaardere sabotage, zoals het in brand steken van militaire voertuigen. Op die manier proberen de Russen het land ook van binnenuit te ontwrichten.
Toch is er in Koerkovs boek ook ruimte voor momenten van hoop en menselijke veerkracht. Zo vertelt hij over een filmpje dat viraal ging op sociale media: tijdens een raketaanval op Charkiv is te zien hoe een man in zijn tuin onverstoorbaar een tapijt uitklopt. ‘Ik zag het filmpje ook en kon een glimlach niet onderdrukken. Dat iemand tijdens een luchtaanval een vloerkleed stond schoon te kloppen, was in mijn ogen een openlijke trotsering van de Russische agressors.’
Volgens Koerkov heeft Oekraïne weinig te verwachten van de Verenigde Staten zolang Donald Trump aan de macht is. De Amerikaanse president zou vooral geïnteresseerd zijn in de Oekraïense grondstoffen. ‘In dat geval is het lot van Oekraïne afhankelijk van de Europese Unie en andere democratische landen die begrijpen dat dit een conflict is tussen wereldwijd autoritarisme en wereldwijde democratie.’ Ook hier formuleert Koerkov scherp en zonder omwegen zijn visie.
Drie jaar onder vuur documenteert op intieme en ontroerende wijze de veerkracht van een natie die onder extreme druk blijft standhouden.
Michel Vandeweghe

Titel: Dit is fascisme
Auteur: Rosan Smits
Fascisme zonder uniform: een urgente waarschuwing
Het fascisme is terug. Deze keer geen nazivlaggen, hakenkruisen of dodelijke bureaucratie, maar Make America Great Again-petten, rechts-extremistische memes en een triomfantelijke vuist in de lucht. Geen getto’s en concentratiekampen, maar datagedreven klopjachten en detention facilities in El Salvador en Guantánamo Bay. Geen bruinhemden en SS’ers, maar Capitoolbestormers en gemaskerde immigratieagenten. Het fascisme steekt niet alleen in de Verenigde Staten, maar wereldwijd de kop op. ‘Als we ons nu niet uitspreken tegen het fascisme, verliezen we straks misschien voorgoed onze stem.’ (R.S.)
In haar inleiding zet Rosan Smits ons meteen bij de les. Op een bijzonder verhelderende manier vat ze samen wat fascisme is en hoe het als strategie wordt ingezet. Samenlevingen vallen uiteen door wantrouwen en negatieve polarisatie; radicalisering, repressie en geweld volgen. Als studente en politicoloog maakte ze dit van dichtbij mee in Iran, Palestina, Soedan en Rwanda. Intussen verruilde ze haar werk als conflictonderzoeker voor de journalistiek, als adjunct-hoofdredacteur van De Correspondent. ‘Omdat journalistiek een grens kan trekken waar de politiek verzaakt.’ (R.S.)
In het eerste deel legt Smits uit hoe fascisme ontstaat als politieke strategie — het is geen ideologie. Zonder te vervallen in zware academische taal verwijst ze helder en consequent naar wetenschappelijk onderbouwde stellingen. ‘Vroegtijdig benoemen als fascisme stuit vanzelfsprekend op scepsis, omdat de gevolgen zich pas volledig aftekenen wanneer ingrijpen nauwelijks nog mogelijk is. Daarom is het zo belangrijk dat mensen begrijpen wat fascisme is.’ (R.S.)
In het tweede deel, Fascisme vandaag, gaat ze uitgebreid in op hoe het fascisme zich in de Verenigde Staten en Europa heeft ontwikkeld en verder groeit. Duidelijke voorbeelden en concrete cases onderbouwen haar analyse en definitie van fascisme. In het derde deel, Een dam tegen het fascisme, beschrijft ze helder wat we als maatschappij kunnen — en moeten — doen om hiertegen in te gaan.
De woorden van Rosan Smits zijn een waarschuwing.
Een absolute aanrader voor iedereen die de huidige politieke ontwikkelingen wil begrijpen en een gefundeerde mening wil vormen.
Michel Vandeweghe

Titel: Pleidooi voor de vrede
Auteur: Simon Gronowski
Simon Gronowski – een pleidooi voor leven, vrede en menselijkheid
Simon Gronowski’s levensverhaal is een ode aan het leven en aan de verwondering. Op 17 maart 1943 werd hij, toen 11 jaar oud, samen met zijn moeder in Brussel opgepakt en naar de Dossinkazerne gebracht. Op 19 april 1946 vertrok het 20e konvooi met 1600 Joden richting Auschwitz, maar die trein werd door partizanen even tot stilstand gebracht. Kort daarna wordt Simon door zijn moeder uit de rijdende trein opnieuw ‘het leven’ ingeduwd.
Vandaag is hij 94 jaar en houdt hij een krachtig pleidooi voor vrede en democratie, en tegen extreemrechts en fascisme. In zijn recent gepubliceerde Pleidooi voor de Vrede brengt hij opnieuw zijn levensverhaal: indringend, kort, duidelijk en overtuigend, vol liefde voor het leven en voor de menselijkheid.
In zijn verhaal lezen we hoe de Tweede Wereldoorlog in Europa ontstaat en hoe de Joden aan de gruwelijke kant van de geschiedenis terechtkomen. Hij beleeft dit alles als een kind van 11 à 12 jaar, zonder te begrijpen wat er in de wereld gebeurt. Na de oorlog staat hij er helemaal alleen voor, maar met een grote levenswil en innerlijke kracht bouwt hij zijn leven opnieuw op. Zoals zoveel slachtoffers zwijgt hij lange tijd, tot de geschiedenis zijn getuigenis vraagt. Na zestig jaar vertelt hij zijn verhaal. Het is geen gruwelijke holocaustgetuigenis, maar een oproep tot vergeving en democratie.
Ik vond dit verhaal zo krachtig dat ik op zoek ging naar meer – en dat ook vond. In het in 2013 gepubliceerde 'Eindelijk bevrijd' wordt zijn verhaal iets uitgebreider verteld, maar vooral ook de bijzondere vriendschap met Koenraad Tinel belicht. Ook hij stond er als kind, maar aan ‘de andere kant’, en begreep evenmin wat er in de wereld gebeurde. Na zestig jaar ontmoeten zij elkaar, dankzij de grootsheid en vergevingsgezindheid van Simon.
Dit soort verhalen moet vandaag dringend onder de aandacht worden gebracht, als inspiratiebron voor vrede. In 2013 hadden zij beiden wellicht niet kunnen vermoeden vandaag nog getuige te zijn van de groeiende opkomst van extreemrechts, van fascisme wereldwijd en van de genocide van het zionistische regime in Israël ten aanzien van de Palestijnen. Dat moet voor hen een bijzonder pijnlijke en verontrustende evolutie zijn.
Michel Vandeweghe

